Interview: De overheid heeft een januskop

De overheid is zelf minstens ten dele verantwoordelijk voor armoede. Ze heeft een januskop. Ze verlaagt aan de ene kant uitkeringen en aan de andere kant maakt ze zich sterk om de gevolgen van deze maatregelen te bestrijden met een armoedebeleid.” Onderzoeker Jurriaan Omlo over het falen van de overheid.

Elk gesprek over armoede en armoedebestrijding begint wat Omlo betreft met de vaststelling wat armoede is. De discussie over de definitie van armoede is van groot belang. Jarenlang was de armoedegrens die werd gehanteerd een kil cijfer. Zat je eronder, dan was je arm, daarboven niet. Daar komen steeds meer wetenschappers van terug. Armoede heeft meer facetten dan financiële schaarste alleen. Dat is een te smalle opvatting. Het gaat ook om emotionele, culturele en sociale schaarste. Natuurlijk is de financiële kant van belang, maar er komt bij armoede veel meer kijken. Neem ‘sociale schaarste’. Je kinderen kunnen bijvoorbeeld niet naar verjaardagen omdat ze geen cadeautje kunnen meenemen. En zelf vieren ze hun verjaardag ook niet omdat dat geld kost. Dat heeft gevolgen voor hun sociale leven en ook voor het netwerk van hun ouders. En sociale netwerken heb je nodig om aan werk te komen bijvoorbeeld. Niet naar een bioscoop kunnen of naar de bibliotheek zorgt voor culturele schaarste. En armoede heeft ook gevolgen voor je psychische en emotionele welbevinden. Armoede kan zorgen voor een gebrek aan eigenwaarde, voor schaamte en gevoelens van machteloosheid. Mensen kunnen daaronder meer lijden dan onder geldgebrek. Daarom pleit ik voor een brede definitie van armoede, waarin de verwevenheid van deze verschillende ‘tekorten’ tot haar recht komt. Maar los daarvan vind ik het ook belangrijk om in je definiëring mee te nemen hoe mensen hun armoede zélf ervaren: subjectieve criteria dus. Er zijn mensen onder de onder de armoedegrens die zich goed kunnen redden en er zijn mensen boven die grens die het lastig hebben om rond te komen.

Lees het interview: De overheid heeft een januskop

Dit interview verscheen eerder op: Volzin

Photo credit: Stijn Rademaker

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *