De beweeglijke samenleving. Leren leven met de zekerheid van onzekerheid (Interview Rinnooy Kan)

Veel te vroeg arriveren we bij de SER. Uiteraard. Wanneer je de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad gaat interviewen, wil je niet riskeren dat je te laat komt. We wachten in een grote hal, aan een lange tafel met tijdschriften en twee laptops. De imposante hal, de verzorgde ontvangst, alles bevestigt dat we op bezoek zijn bij een belangrijke organisatie. Dan komt er iemand van buiten de hal in lopen. Wij herkennen Rinnooy Kan. Hij loopt door, op weg naar zijn kantoor vermoedelijk. Hij bedenkt zich, draait zich om, loopt op ons toe. “Wacht u op mij?” De indrukwekkende omgeving wordt teruggebracht tot menselijke verhoudingen.

Door Jurriaan Omlo & Aletta Winsemius 

Rinnooy Kan ontvangt ons in zijn kantoor in het bijzijn van twee van zijn medewerkers. We openen het interview met onze standaardvraag: hoe ziet Nederland er uit in 2040? In dit geval zijn we vooral benieuwd naar de toestand van de economie en de arbeidsmarkt tegen die tijd.

Rinnooy Kan: Als er iets is dat we inmiddels zeker weten, is het dat de economische ontwikkelingen niet te voorspellen zijn. We weten niet eens hoe de wereld er over twee jaar uitziet, laat staan in 2040. We dachten altijd dat demografische ontwikkelingen beter voorspelbaar zijn, maar dat blijkt ook tegen te vallen. Voorspellingen uit de jaren zestig bleken er veertig jaar later flink naast te zitten. Desondanks is de verwachting dat er in 2040 krapte op de arbeidsmarkt zal zijn. Daarmee worden we afhankelijk van kennismigratie en een hogere arbeidsproductiviteit. Er zullen mensen van buiten Nederland komen. Het vergt enige generaties voor zij ingeburgerd zijn. Daar kan een nieuwe groep kwetsbare burgers ontstaan. Een andere demografische ontwikkeling die vrij zeker is, is de vergrijzing. Die zorgt voor groei van de groep kwetsbare ouderen. Er zijn al voorbeelden van oplossingen. Zoals de wijkverpleegkundige die met behulp van nieuwe technologie een groter gebied kan bedienen.

De toekomst is niet te voorspellen. Betekent dat ook dat u geen uitspraken kunt doen over de toekomst? Dat is een lastige boodschap voor een publicatie over de toekomst. Kan ik u verleiden toch een blik vooruit te werpen?

Wat we misschien wel met zekerheid kunnen zeggen, is dat de wereld in toenemende mate veranderlijk is en dat de afhankelijkheid tussen landen en gebeurtenissen groot is. We weten bijvoorbeeld dat ogenschijnlijk kleine gebeurtenissen op de ene plaats grote gevolgen elders kunnen hebben. We moeten leren omgaan met die onzekerheid en die bewegelijkheid. Accepteren dat het zo is. Die bewegelijkheid heeft grote consequenties voor beleid. Beleid moet robuust zijn en tegen een stootje kunnen. Tegelijkertijd moet beleid flexibel zijn en anticiperen op verschillende scenario’s. Dat wil zeggen, in staat zijn om snel bij te stellen en aan te passen aan de meest uiteenlopende situaties die zich voor kunnen doen. We moeten oppassen met diepte-investeringen en vooral inzetten op flexibiliteit.

U schetst de consequenties voor het beleid. Wat betekent die beweeglijkheid voor professionals? Het beroepsonderwijs lijkt niet snel te reageren op nieuwe ontwikkelingen. De komst van de Wmo bijvoorbeeld in 2007 vraagt van sociaal werkers een andere manier van werken. De onderwijscurricula van Hbo-opleidingen lijken echter nog steeds nauwelijks te zijn aangepast. Wat betekent de beweeglijke samenleving voor het onderwijs?

Het onderwijs moet niet gebaseerd zijn op de waan van de dag. Toekomstige professionals moeten op de hoogte zijn van de meest actuele ontwikkelingen. Maar dat is niet het enige wat ze moeten weten. Het onderwijs moet vooral toekomstbestendig zijn, omdat er behoefte is aan professionals die kunnen omgaan met de beweeglijke en veranderlijke samenleving. Dit past bij competentiegericht leren, zoals dat nu al plaatsvindt.

Leidt de beweeglijke samenleving tot nieuwe kwetsbare groepen die bijvoorbeeld niet kunnen omgaan met die bewegelijkheid en de onzekerheid die daarbij hoort?

Ja, dat zou goed kunnen. Er is een eind gekomen aan het vooruitgangsgeloof. Het was lange tijd vanzelfsprekend dat de volgende generatie het beter zou doen dan de vorige. Dat is niet meer zo. Sterker nog, steeds meer mensen in Nederland vrezen dat hun kinderen het slechter zullen hebben. Ook zien zij globalisering als een bedreiging. Het huidige politieke klimaat in Nederland zou daar wel eens mee te maken kunnen hebben.

Zal de beweeglijke samenleving tot meer polarisatie leiden?

Eerder tot meer irritatie. Het zal de kunst zijn om de energie van die bewegelijkheid constructief in te zetten. Wij zijn daar in Nederland best goed in.

Welke positieve kanten ziet u van de bewegelijkheid die u schetst?

Wat we met zekerheid kunnen zeggen, is dat wetenschap en technologie zich zullen blijven ontwikkelen. We weten over dertig jaar echt meer dan nu. Veel oplossingen voor actuele problemen hebben een technologische component. Denk aan de zorg, maar ook het milieu en duurzaamheid in algemene zin. Alleen is het zo dat sommige problemen om een snelle ingreep vragen. De vraag is of we snel genoeg kunnen reageren. Fossiele brandstoffen raken snel op. Er is voor nog maar tien jaar lood. Lood is cruciaal voor sommige technologieën. Vinden we op tijd een substituut?

Welke andere lichtpuntjes zijn er?

Onze goede overlegeconomie. Internationaal wordt deze inmiddels geïmiteerd, onder bewonderende verwijzing naar onze Nederlandse traditie. Verder is er ook nog onze uitstekende ligging, in het hart van West-Europa, rond de fraaiste diepwaterhaven van het continent en bovenop een aardgasbel van grote omvang. De rest is mensenwerk. Mensenwerk dreef de Nederlanders de wereldzeeën op en doet hen nog steeds opduiken in alle uithoeken waar iets te verdienen valt. Mensenwerk maakte van Nederland een kosmopolitische vestigingsplaats waar ondernemers, kunstenaars en onderzoekers uit de hele wereld zich thuis voelden. Het is zaak dat we maximaal rendement blijven halen uit onze historische voorsprongen en maximale continuïteit garanderen voor onze historische verworvenheden. Kortom, ik ben niet zo pessimistisch. We doen het goed ten opzichte van de rest van de wereld. Omdat het over de hele globale linie slechter gaat, gaan wij er ook op achteruit.

Tot slot, wat vraagt de beweeglijke samenleving van kwetsbare burgers? Wat mogen we van hen verwachten?

We zijn in Nederland al geruime tijd bezig mensen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Het vangnet was vroeger teveel een hangmat. Mensen werden onvoldoende gestimuleerd om weer uit dit vangnet te komen. Tegenwoordig is de hangmat vervangen door het beeld van de trampoline. Een passieve houding wordt niet langer getolereerd. Er wordt meer nadruk gelegd op het activeren van mensen. Voor de mensen die echt niet anders kunnen, zijn en blijven we een beschaafd land. Zij moeten te allen tijde geholpen worden.

photo credit: wielhacking DSC02070 via photopin (license)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.