Onderzoek maakt sociale interventies beter

Wat werkt in de sociale sector? Meer dan ooit is er grote belangstelling voor deze vraag. Gelet op de beperkte financiële middelen en de behoefte aan een gedegen verantwoording is het belangrijk om daar zicht op te krijgen. Maar hoe kom je daar achter? Jurriaan Omlo beschrijft drie methodes van kwalitatief onderzoek.

Door Jurriaan Omlo

In 2006 waarschuwde de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling dat de keuze voor de aanpak van een sociaal probleem te vaak is gebaseerd op normatieve en ideologische voorkeuren. De fundamentele vraag die vaak achterwege bleef, was: werkt een bepaalde aanpak wel? Vijf jaar later lijkt er een nieuwe wind in Nederland te waaien, en schieten de databanken voor effectieve sociale interventies als paddenstoelen uit de grond. Ook lokaal is veel belangstelling voor wat werkt.

Een brede benadering van wat werkt

Het is toe te juichen dat er meer aandacht is voor effecten van sociaal werk, maar de grote vraag is aan wat voor kennis er precies behoefte is. Moeten we denken aan kwantitatief onderzoek, waarbij een interventie wordt uitgeprobeerd bij een controlegroep en een effectgroep? Dat is zeker nuttig onderzoek, waarmee informatie kan worden verzameld over de vraag óf een interventie werkt. Maar helaas zijn veel interventies in de sociale sector nog niet rijp om zo getest te worden. Een groot deel van de methoden is onvoldoende uitgewerkt en wordt op te kleine schaal toegepast om dit soort effectonderzoek mogelijk te maken.

Daarom pleit ik ervoor om de vraag naar wat werkt breder op te vatten. Niet alleen vanwege te weinig beproefde methodes, maar ook omdat veel sociaal werk helemaal geen methode is, dat wil zeggen: geen systematische manier van handelen om een doel te bereiken. Dit geldt voor een groot deel van de sociale voorzieningen, projecten, programma’s, burgerinitiatieven, vrijwilligerswerk en mantelzorg. Daarbij komt dat er ook nog eens factoren als professionele vaardigheden, werkomstandigheden en behoeften van de cliënt zijn die invloed hebben op de uitkomst van een interventie.

Casusonderzoek

Met steeds meer wetenschappers pleit ik er voor om meer kwalitatief onderzoek te verrichten naar sociaal werk. Kwalitatief onderzoek geeft inzicht in processen en vertelt waarom een sociaal verschijnsel zich in een bepaalde richting ontwikkelt. Via de zogenoemde case study (casusonderzoek) is het mogelijk om gedetailleerd te beschrijven wat er in de praktijk gebeurt. In deze vorm van onderzoek worden één of enkele voorbeelden van een sociaal verschijnsel intensief bestudeerd met behulp van diverse databronnen (individuele diepte-interviews, focusgroepen, (participerende) observaties en documentanalyse). Doorgaans wordt een case voor een langere tijd gevolgd, zodat eventuele veranderingen gesignaleerd en verklaard kunnen worden.

Doordat de onderzoeker meestal aanwezig is op de plek waar het sociale werk plaatsvindt, is er veel aandacht voor de lokale context, iets dat buitengewoon belangrijk is. Immers, een interventie kan door de sociale of fysieke omstandigheden soms wel en soms niet werken. Zo geven Van Dijk en Koekkoek aan dat wetenschappelijk onderzoek laat zien dat ‘buurtpreventie’ vaak nauwelijks heeft gewerkt in de bestrijding van criminaliteit en overlast. Maar in een onderzoek naar de Arnhemse praktijk constateerden zij dat dit niet zozeer ligt aan de interventie, maar aan de wijkcontext.

In plaats van een bepaalde casus te onderzoeken, is het ook zinvol om na te gaan hoe een doelgroep een bepaalde interventie beleeft, een tweede manier van onderzoek. Het cliëntperspectief is een belangrijke factor, aangezien een interventie niet zal werken als deze niet  aansluit bij de wensen en behoeften van degenen om wie het gaat.

Het kan nuttig zijn om op verschillende momenten interviews af te nemen. Het is namelijk goed mogelijk dat cliënten tevreden zijn over het begin (een goede intake, opgestelde doelen sluiten aan op de persoonlijke wensen en een prettige bejegening), maar na verloop van tijd alsnog ontevreden raken – bijvoorbeeld vanwege teleurstelling over de hulpverlener.

Theory of change

Een derde geschikte manier om onderzoek te doen naar de praktijk van het sociaal werk is de zogenoemde Theory of Change-methode. In deze methode – die door de Amerikaanse Carol Weiss is ontwikkeld en in Nederland is beschreven en toegepast door Tudjman, De Jong en Snel – wordt in de eerste plaats de achterliggende veranderingstheorie van een interventie gereconstrueerd. Het gaat hier niet om een wetenschappelijke theorie, maar om het geheel van assumpties over een interventie in de interventiepraktijk zelf. Nagegaan wordt wat de concrete activiteiten en interventies zijn in een bepaald project, wat de beoogde doelen zijn en welke impliciete of expliciete ideeën er bestaan over de manier waarop de doelen met de activiteiten gerealiseerd kunnen worden. Na de reconstructie van de aannames achter de veranderingstheorie moet getoetst worden of het ook aannemelijk is dat deze ook in de praktijk zo uitpakken, met gebruikmaking van wetenschappelijke kennis en opnieuw door interviews.

Kwalitatief onderzoek als feedbackfunctie

Kwalitatief onderzoek voorziet in een feedbackfunctie, waarmee het leerproces van professionals wordt verrijkt. Daarmee pleit ik er niet voor dat wetenschappelijke kennis moet prevaleren boven de praktijkkennis van de professional en dat wetenschappelijke bevindingen als een dwingend keurslijf worden opgedrongen. Integendeel, het zou onverstandig zijn wanneer een professional de eigen expertise niet langer zou benutten en de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek kritiekloos aanvaard. Maar, gelet op de overvolle caseload en de aanhoudende druk om het werk te verantwoorden in de vorm van rapportages, is een andere aansturing vanuit opdrachtgevers en welzijnsmanagers van groot belang. Kwalitatief onderzoek kan die aansturing verrijken.

Jurriaan Omlo studeerde politicologie aan de universiteit van Amsterdam en algemene sociale wetenschappen aan de universiteit van Utrecht. Hij is werkzaam bij Movisie.

Dit artikel verscheen eerder ook op http://www.socialevraagstukken.nl.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.