Voorbij zelfredzaamheid, tijd voor empowerment

Zelfredzaamheid is de nieuwe norm. Maar hoe moet dat met mensen met een zorgvraag? Volgens Jenny Boumans, Jurriaan Omlo en Peter Rensen is het tijd om de eenzijdigheid van het zelfredzaamheidsoffensief te erkennen en ruimte te maken voor empowerment.

Door Jenny Boumans, Jurriaan Omlo en Peter Rensen

Empowerment is een concept met een rijke traditie die voortkomt uit oppositiebewegingen zoals de burgerrechtenbeweging en de vrouwenbeweging en oorspronkelijk gaat over emancipatie. De Braziliaanse pedagoog Paolo Freire is één van de grondleggers van het begrip empowerment. Hij ging naar de dorpen in zijn omgeving en sprak daar met boeren over hun dagelijks leven. Daarbij stelde hij de vraag: wat vinden jullie belangrijk? En wat zouden jullie willen veranderen? Wat is daarvoor nodig? Moeten jullie zelf veranderen of moeten jullie de samenleving veranderen? Freire creëerde daarmee de basis voor dialoog over (beperkende) levensomstandigheden. Empowerment, zo stelt hij, ontstaat alleen wanneer mensen samen met elkaar proberen om schijnbaar vaststaande machtsverhoudingen in de samenleving te doorbreken en de handelingsmogelijkheden van mensen te vergroten. De tijden zijn veranderd, maar deze aanpak is actueler dan ooit.

Vertalen we Freires ideeën naar de sector zorg en welzijn, dan impliceert dat allereerst een kritische blik. Welke maatschappelijke structuren hebben invloed op cliënten? Is het verhaal van mensen over wat zij belangrijk vinden in hun leven wel genoeg in het vizier? Worden er voldoende mogelijkheden geboden voor collectieve uitwisseling en samenwerking? Worden machtsverhoudingen (tussen bijvoorbeeld professionals en cliënten) voldoende ter discussie gesteld? We kunnen gerust zeggen dat op al deze vlakken nog winst kan worden behaald. Sociale wijkteams richten zich op individuen of gezinnen met problemen. Aan collectieve oplossingen in de buurt komen zij vaak niet toe. Keukentafelgesprekken gaan vaak over wat individuen of gezinnen zelf kunnen doen, ook hier wordt vaak niet verder gekeken dan de voordeur.

Aan goede bedoelingen geen gebrek. De huidige transities binnen zorg en welzijn, die zich kenmerken door verschuivingen van zorg- en welzijnstaken van overheid en instellingen naar gemeenten en mensen zelf, moeten een einde maken aan paternalistische hulpverlening. Mensen worden weer in de eerste plaats burger en niet ‘patiënt’ of ‘cliënt’ en krijgen regie over hun eigen leven. En mocht er een reden zijn waarom een burger niet in staat is om zichzelf te redden en ook niet in staat is de nodige hulp zelf te regelen, dan kan hij aankloppen bij de gemeente, die op laagdrempelige wijze passende ondersteuning regelt. De nadruk op zelfredzaamheid, burgerschap en zelfregie zijn aansprekende beelden en worden ook door cliëntenorganisaties positief ontvangen.

Een schijnbaar veelbelovend perspectief

Het verantwoordelijk stellen van het individu voor zijn gezondheid, sociale participatie en arbeidsparticipatie suggereert dat mensen daadwerkelijk vrij zijn om eigen keuzes te maken binnen hun levensgebieden. Maar een beperking of kwetsbaarheid belemmert mensen juist om zich ‘te ontplooien in de samenleving’, het huis uit te gaan, contacten te leggen, te werken en geld te verdienen. Het runnen van het eigen dagelijkse leven kan al een behoorlijke opgave zijn: het voor jezelf zorgen, het voeren van een zelfstandig huishouden en alles wat daarbij komt kijken. Al deze beperkingen zijn reëel en dan kan je nog zo graag zelfredzaam willen zijn, die keuze is er niet altijd. Hoewel er veel verschillende beperkingen zijn, leiden ze allemaal tot een kleinere of grotere mate van afhankelijkheid. Wanneer deze afhankelijkheid genegeerd wordt en mensen zich onder het mom van zelfredzaamheid en eigen kracht alleen moeten zien te redden in de maatschappij, kan dit juist leiden tot sociaal isolement, vergroting van de problematiek en zelfs extra kosten.

Het credo voor de zorgbehoevende burger heeft ook te maken met andere motieven: ‘red’ jezelf zodat je zo min mogelijk gebruik maakt van voorzieningen en zo min mogelijk kost. Een redenering die voor de hand ligt in tijden van crisis. Het gevaar is wel dat zelfredzaamheid daardoor een opgelegd karakter krijgt; dat de wetgever ervan uitgaat dat men altijd zelfredzaam is en dat het de eigen verantwoordelijkheid is, als zelfredzaam zijn niet lukt. Het goedaardige streven naar zelfredzaamheid krijgt zo een kwaadaardige ondertoon: “je moet zelfredzaam zijn”. Is de cliënt dan niet net zo overgeleverd aan de ‘waarheidsmacht’ van anonieme instituties als de patiënt van vroeger?

Voor professionals in zorg en welzijn is er behoefte aan een handelingskader, met meer erkenning voor de tegenstellingen die inherent zijn aan vraagstukken rond kwetsbaarheid, zorg en participatie.

Inspanningen op alle niveaus

Maar welke inspanningen zijn daarvoor nodig en van wie? In de publicatie Naar het hart van empowerment (deel 2) zijn kennis en inzichten over het bevorderen van empowerment samengebracht. De wetenschappelijke literatuur laat zien dat een verscherpte aandacht voor de persoonlijke strategieën die mensen ontwikkelen in de leefwereld, voor het omgaan met- en zingeven aan kwetsbaarheden, onmisbaar is voor empowerment. Het schrijven, delen en bespreekbaar maken van levensverhalen en ervaringskennis, is een belangrijke empowerende strategie. Ten tweede moeten mensen de kans krijgen om weer te ervaren dat ze werkelijk invloed hebben op hun leven, ondanks hun beperkingen. Hiervoor is een structuur van voorzieningen nodig die uitnodigt om gezamenlijk, op gelijkwaardige basis, te werken aan maatschappelijke en persoonlijke doelen. Peer support is daarbij een werkzaam element. Herstelacademies, creatieve ontmoetingscentra, cliënt-gestuurde initiatieven en zelfbeheerprojecten zijn voorbeelden van empowerende voorzieningen.

Binnen dergelijke voorzieningen doen mensen veel zelf en samen, maar dat betekent geen stap terug voor de hulpverleners. Voorwaarde voor empowerment van mensen met een zorgvraag is dat er altijd ook voldoende deskundigheid beschikbaar is. Wel is een kanteling nodig in de rol van de professional. Een directieve manier van hulpverlenen, gebaseerd op vooraf bepaalde (klinische) doelen en geprotocolleerde methoden, kan disempowerend uitpakken omdat mensen worden onderworpen aan hulpverlening. Een flexibele en integrale manier van hulpverlenen, die zich kenmerkt door samenwerking en partnerschap, respect en gelijkwaardigheid, draagt juist bij aan empowerment. Tenslotte dient op het niveau van het beleid te worden verkend hoe reële keuze- en participatiemogelijkheden op het gebied van zorg, wonen, werk, sociale relaties en dagactiviteiten kunnen worden georganiseerd. Hierbij is commitment nodig van besluitvormers om de systemen die mensen in een kwetsbare positie houden, zoals exclusie en stigmatisering, aan de kaak te stellen. Kwartiermaken, destigmatiseringsactiviteiten, het engageren van werkgevers en structurele inspraak in de organisatie van zorg, bieden mogelijkheden.

Verbindend concept

Nederland krabbelt op uit een economische crisis, die bij kwetsbare mensen hard aankwam, variërend van armoede tot sociale uitsluiting en isolement. Het is frappant dat de remedie vervolgens buiten die omstandigheden wordt gezocht. Alsof de omstandigheden en het daarop gevoerde beleid er niet toe doen.

Het is daarbij een gemis dat het in de huidige sector zorg en welzijn ontbreekt aan een financiële, morele of praktische structuur om empowerment te ondersteunen en faciliteren. Als we het echt samen willen doen is empowerment de uitdaging.

Jenny Boumans werkt als onderzoeker bij het Trimbos-instituut. Zij bestudeerde, in opdracht van Kennisinstituut Movisie, het onderwerp empowerment in relatie tot kwetsbare doelgroepen. Dit artikel is gebaseerd op twee publicaties: Naar het hart van empowerment deel I en II.

Jurriaan Omlo is zelfstandig onderzoeker. Hij is onder meer auteur van het rapport ‘Wat werkt bij de aanpak van armoede?’

Peter Rensen is projectleider Effectieve Sociale Interventies bij Movisie.

Maak ruimte voor empowerment in onze participatiesamenleving? Meldt u aan voor de conferentie empowerment op 14 juni 2016 in Utrecht. Sprekers: Jenny Boumans, Tine van Regenmortel, Anja Machielse en econoom Arjo Klamer over de toegevoegde waarde van empowerment. Meld u hier aan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *