Wijkenaanpak: geslaagd of mislukt?

Sinds 2008 investeert de overheid veel geld in de wijkenaanpak. Maar volgens socioloog Vasco Lub hebben alle straatcoaches, gedragsprojecten, bewonersplatforms, buurtbarbecues en wijksport weinig uitgericht tegen overlast, criminaliteit en verloedering in achterstandswijken. In sommige gevallen is de leefbaarheid zelfs verslechterd.

Door Jurriaan Omlo

Volgens Vasco Lub, die in opdracht van kennisinstituut Movisie driehonderd studies bekeek, is het twijfelachtig dat de inzet op hechtere bewonerscontacten via meer sociale controle tot meer leefbaarheid leidt. De relatie is eerder andersom: een leefbare en veilige leefomgeving draagt bij aan de sociale cohesie in een buurt.

Veel populaire wijkinterventies zetten in op sport en spel, maar ook deze interventies hebben volgens Lub nauwelijks een positieve impact op het gedrag en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Sterker nog: sporten met een hoog masculien karakter, zoals vechtsporten, versterken eerder gewelddadig en antisociaal gedrag van jongens.

Het zijn sombere bevindingen, maar volgens Lub betekent zijn onderzoek niet dat de wijkaanpak in de pullenbak kan. Het gaat om de voorwaarden die tot meer succes kunnen leiden. Hoewel sport bijvoorbeeld geen sociaal wondermiddel is, kan het in combinatie met morele educatie wel bijdragen aan de pedagogische vorming van risicojongeren in achterstandswijken. En overheden moeten niet blind aansturen op meer bewonerscontacten, maar zij moeten functioneel bewonersactivisme en daadkrachtige professionele instanties bevorderen, toerusten en begeleiden. Hoe kijken collega-onderzoekers tegen Lubs bevindingen aan?

Imrat Verhoeven, universitair docent bestuur en beleid aan de Universiteit van Amsterdam:

‘Lub beperkt zich in zijn onderzoek tot effecten van wijkprojecten op de leefbaarheid en veiligheid, hij heeft geen aandacht voor allerlei andere mogelijke positieve effecten. Uit een onderzoek dat ik samen met Evelien Tonkens heb gedaan, blijkt bijvoorbeeld dat bewonersinitiatieven in Amsterdamse buurten bijdragen aan competentievorming en aan positiever beeldvorming over en relaties met de overheid. Het gaat om huiswerkklassen tot en met schoonmaakacties en uitjes voor bejaarden. Betrokkenen beschikken over meer democratische, bureaucratische en sociale vaardigheden, zoals weerbaarheid en met kritiek om kunnen gaan. Het begrip voor andere mensen, de overheid en de politiek is onder de initiatiefnemers gegroeid, de anonimiteit is afgenomen, en mensen durven elkaar ook eerder aan te spreken.’

‘Daarnaast is er een aantal discutabele veronderstellingen in de studie van Lub. Zo hekelt hij het symbolische beleid en het gebrek aan aandacht voor effectiviteit. Maar daarmee miskent hij dat de symbolische werking van beleid ontzettend belangrijk is. Bewoners waarderen het als een wethouder zijn gezicht laat zien en oprecht nieuwsgierig is. Zij willen graag erkenning en complimenten voor hun werk als actieve burger.’

‘Ten slotte hebben wij in ons onderzoek gevonden dat heel veel mensen actief zijn geworden in de wijkaanpak en dat de initiatiefnemers allerminst de usual suspects – oudere hoogopgeleide blanke mannen – zijn. Het blijken voor een groot deel vrouwen, lager opgeleiden, mensen met een laag inkomen, jongeren en “nieuwe” Amsterdammers te zijn. Ook mensen die normaal niet eens achter de voordeur vandaan komen, raken betrokken bij initiatieven.’

Nanne Boonstra, hoofd onderzoek bij Stichting De Verre Bergen

‘De analyse van Vasco Lub blijft heel algemeen, zijn studie zegt nog weinig over een specifieke interventie in een bepaalde buurt. Bovendien kijk hij naar buurtinterventies op een geïsoleerde wijze, en gaat hij voorbij aan het integrale karakter dat een wijkgerichte aanpak vaak heeft. Een combinatie van wijkinterventies kan wel degelijk bijdragen aan een groter zelfvertrouwen, meer gevoel van veiligheid, sociale controle en sociale samenhang.’

‘Dat sport geen wondermiddel is, is geen nieuwe conclusie. Sport kan echter wel een heilzame werking hebben. Uit eigen onderzoek in het Rotterdamse Crooswijk blijkt dat het contact tussen jong en oud en de leefbaarheid verbeterden dankzij sport. Maar tegelijkertijd voelde een deel van de bewoners zich onveiliger. Dat is echter geen reden om een dergelijk project te beëindigen. Het zou juist een stimulans moeten zijn om te kijken hoe je activiteiten zo kunt organiseren dat mensen zich ook veiliger voelen.’

‘Vasco Lub beweert dat vechtsport negatieve gevolgen heeft op de ontwikkeling van kinderen en jongeren, maar dat is discutabel. Er is slechts één  Scandinavisch onderzoek bekend waaruit blijkt dat vechtsport leidt tot antisociaal gedrag. Onderzoekers Diamands en Lee zien dat taekwondo bijdraagt aan meer zelfcontrole, zelfregulatie, plannen, doorzettingsvermogen en zelfinzicht. Nu is dat niet direct een effect op de leefbaarheid, maar het is wel positief voor de persoonlijke ontwikkeling.’

‘Uit de studie van Lub kunnen we twee belangrijke lessen trekken. Ten eerste is het zinvol om vooraf een analyse te maken of een interventie kan slagen en onder welke voorwaarden. Van bestuurders mag verwacht worden dat zij niet zomaar voor bepaalde interventies kiezen. Als er onvoldoende bekend is, moet er onderzoek gedaan worden. Ten tweede leert het onderzoek ons dat we – zeker in tijden van schaarste – af moeten van de vrijblijvendheid en van het naïeve idee dat buurt- en sportactiviteiten onder alle omstandigheden vanzelf goed doen.’

Reijer Verwer, mede-auteur van het proefschrift ‘Een kwestie van vertrouwen: 

‘De conclusies van Vasco Lub zijn een bevestiging van wat andere onderzoekers al eerder hebben gevonden. Gezien de stelligheid van zijn conclusies, vind ik het wel een gemiste kans dat hij niet met beleidsuitvoerders en beleidsmakers zelf heeft gesproken, maar de interventietheorieën heeft geconstrueerd op basis van documentanalyses. Het is constructiever en interessanter om ook met de mensen zelf te praten over hun bedoelingen en verwachtingen van interventies. Wie dat doet, komt erachter dat zij wel degelijk zelfkritisch zijn en heel goed weten dat de werkelijkheid weerbarstiger is dan een projectvoorstel of beleidsnota suggereert. De indruk wordt nu een beetje gewekt alsof beleidsmakers en professionals maar wat doen. Daarbij mogen onderzoekers ook zelfkritischer zijn. Zo hebben mensen in de praktijk jarenlang te horen gekregen dat het belangrijk is om sociale cohesie te versterken. Nu horen ze steeds vaker kritische kanttekeningen.’

‘Mijn kritiek neemt niet weg dat Lubs studie waardevol is. De belangrijkste les die we denk ik kunnen trekken, is dat er te weinig aandacht is voor de werkzame mechanismen die schuilgaan achter interventies. Hij wijst er terecht op dat uit effectevaluaties zelden op te maken is waarom een interventie  “werkt”, terwijl dit juist waardevolle informatie is voor de praktijk. Amsterdam heeft immers weinig aan een interventie die het goed doet in Rotterdam zonder te weten waarom – onder welke condities – dit het geval is.’

‘Hier wil ik aan toevoegen dat het een bijzonder moeilijke opgave is om in het onderzoeksveld van de wijkaanpak, aan te tonen “wat werkt”. Causale relaties aantonen is erg ingewikkeld, omdat je niet zomaar een paar hekken om een wijk kan zetten om allerlei variabelen uit te schakelen, zoals in laboratoriumonderzoek gebruikelijk is. Aangezien veel interventies tegelijk worden uitgevoerd is het onmogelijk om vast te stellen welke effecten te herleiden zijn tot welke interventies. Een redelijk en praktisch alternatief is de vraag welke interventies kunnen werken.’

Jurriaan Omlo is als onderzoeker verbonden aan de Hogeschool Inholland bij het lectoraat ‘Maatschappelijk Werk’ en het lectoraat ‘Dynamiek van de stad’.

Photo by Kaboompics // Karolina from Pexels

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.